De overheid vindt het belangrijk dat ieder kind in Nederland toegang heeft tot goed cultuuronderwijs. Daarom tekenden minister Bussemaker (Cultuur), staatsssecretaris Dekker (Onderwijs) en Rinda den Besten (voorzitter PO-raad) samen met een groot aantal wethouders en gedupeteerden cultuur en onderwijs van diverse geomeenten en provincies een intentieverklaring die het cultuuronderwijs in Nederland moet verbeteren: het ‘bestuurlijk kader Cultuur en Onderwijs’.

Verdeling van tijd, geld en middelen

De afspraken moeten ervoor zorgen dat gemeenten, scholen en culturele instellingen betere onderlinge afspraken gaan maken over tijd, geld en middelen en beter weten wat ze aan elkaar hebben. ‘Het is voor het eerst dat bestuurders van cultuur én onderwijs gezamenlijk het belang van goed cultuuronderwijs erkennen en dat we dit zo belangrijk vinden dat we voor tien jaar lang afspraken maken,’ zo vertelde minister Bussemaker. ‘Het is een belangrijke stap om ervoor te zorgen dat cultuuronderwijs meer is dan een dagje uit. Goed cultuuronderwijs gaat er om dat kinderen, ook los van voorstellingen en exposities, gevoel voor en kennis van kunst ontwikkelen.’

Informatietraject voor schoolbesturen

Om schoolbesturen enthousiast te maken is het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een informatietraject gestart. Daarnaast houdt het ministerie de ontwikkelingen die binnen scholen en culturele instellingen plaatsvinden op de voet bij en zorgt het ervoor dat leraren de bijscholen krijgen die ze nodig hebben. Verder blijven de cultuurkaart en het vak CKV behouden voor het voortgezet onderwijs.  Het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA) en het Fonds voor Cultuurparticipatie (FCP) ondersteunen de uitvoering van het bestuurlijk kader.

Lokale afspraken

Lokale afspraken zullen centraal staan in het nieuwe bestuurlijk kader en in diverse gemeenten wordt al op die manier gewerkt. Zo werken in Den Haag 19 erfgoedinstellingen samen onder het zogenaamde ‘Cultuurmenu’, waarin museumlessen worden aangeboden voor de groepen 1 tot en met 8 in het basisonderwijs. In Brabant werken Eindhoven, Helmond, Tilburg en Den Bosch samen aan ‘de Culturele Ladekast’ en in leiden werken 12 musea samen zodat leerlingen tijdens hun bassischooltijd ieder jaar minimaal één van de musea kunnen bezoeken. In Amsterdam heeft de gemeente inimddels afspraken gemaakt met de besturen van basisscholen over een basispakket Kunst- en Cultuureducatie, waarbij alle leerlingen van de groepen 1 tot en met 8 verzekerde zijn van 2 tot 3 uur per week cultuuronderwijs. Daarvan is 1 uur muziekles en 1 beeldende vorming of cultureel erfgoed. Het derde uur kan naar eigen voorkeur van de basisschool worden ingevuld.

Tags: