Op scholen wordt cultuureducatie gegeven om scholieren een historisch besef te laten kweken en te leren welke overblijfselen waardevol zijn en beschermd dienen te worden. Regelmatig wordt cultuureducatie echter in een adem genoemd met kunsteducatie. Hoewel het regelmatig overlap vertoont, heeft cultuureducatie een bredere context dan kunsteducatie. Waar kunsteducatie zich voornamelijk richt op de benadering van specifieke objecten als kunstuiting, biedt cultuureducatie door haar historische context veel meer raakvlakken met verschillende vakken.

Door middel van cultuureducatie kunnen verbindingen gelegd worden tussen sociale  vakken zoals maatschappijleer, maar ook met kunstvakken en technische vakken zoals economie en wiskunde waarbij abstracte begrippen door middel van cultuureducatie tastbaar worden.

In het primaire onderwijs richt cultuureducatie zich onder meer op de volgende doelstellingen:

Kinderen leren eenvoudige historische bronnen benutten en aanduidingen van tijd en tijdsindelingen hanteren.

Kinderen behandelen de basis van de belangrijkste historische tijdsvakken: vroege ontwikkeling in de landbouw, de oudheid, de middeleeuwen, de renaissance, de ontdekking van de nieuwe wereld, de industriële revolutie en ontwikkelingen in de twintigste eeuw zoals de wereldoorlogen, maar ook technische vooruitgang zoals de uitvinding van de computer. Scholieren leren de belangrijkste punten uit de Nederlandse geschiedenis en deze koppelen aan mondiale gebeurtenissen.

 

In het voortgezet onderwijs is er meer diversiteit. Alle leerlingen dienen echter het vak CKV te volgen (Culturele en Kunstzinnige Vorming). De doelstelling van dit vak     zijn om scholieren zelfstandig te leren kiezen voor diverse, inhoudelijke activiteiten op het gebied van kunst en cultuur. CKV bestaat uit vier onderdelen:

 

  • deelname aan culturele activiteiten. Denk hierbij aan het bezoeken van een  tentoonstelling, het theater of het lezen van diverse literatuur.
  • kennis van cultuur, dit omhelst zowel achtergrond kennis van het te bezoeken onderwerp, maar ook de mogelijkheid om verbanden te kunnen leggen tussen          verschillen vormen van kunst en tijdperken.
  • toetsing aan de praktijk, leerlingen nemen deel aan een activiteiten en schrijven hier een werkstuk over.
  • kunstdossier en reflectie, de leerlingen houden gedurende het jaar een dossier bij met alle verslagen en wat ze per activiteit hebben geleerd.

 

 

Doordat men vaker aan kunstzinnige uitingen denkt bij cultuureducatie zijn er een echter een aantal gemiste kansen in het onderwijs voor praktische vorming.

Zo wordt het onderdeel museumbezoek vaak benut om kunstmusea te bezoeken terwijl er talloze musea zijn die vanuit een historische of sociologische context hun collectie benaderen.